tedvanlieshout.nu

schrijver, dichter, beeldend kunstenaar

Waarvan moet een schrijver leven?

with 5 comments

biebopschoolWaarvan moet een kinderboekenschrijver leven?

a. Van een riant inkomen
b. Van een billijke vergoeding
c. Van de wind

Boeken zijn belangrijk omdat ze helpen bij het leren lezen en het onderhouden van de leesvaardigheid. Als je niet kunt lezen kun je niet zelfstandig in de wereld verkeren. En dan heb ik het nog niet eens over het ontwikkelen van je empathische vermogens en je eigen kunstzinnige denkprocessen, waar lezen óók bij helpt.
Boeken moeten toegankelijk zijn voor iedereen. Kinderen kunnen dan ook gratis lid worden van de bibliotheek.

Hoe komen schrijvers (hiermee bedoel ik ook tekenaars en vertalers, maar voor vertalers geldt meestal een andere percentage) aan hun inkomen? Van elk boek dat verkocht wordt ontvangen ze (gezamenlijk) 10%. Ongeveer. Voor elk boek dat uitgeleend wordt in de bibliotheek ontvangen ze ook een bedrag. Ik weet niet precies hoeveel, maar laten we voor het gemak zeggen: 2 cent.

Vijftig jaar geleden was dat niet zo. De gezamenlijke bibliotheken kochten bijvoorbeeld 100 exemplaren van een boek dat 10 euro kostte en dan kreeg de schrijver €100,- en verder niets. Dat werd onredelijk gevonden. Duizenden mensen lazen die 100 boeken, maar de auteur kreeg daar geen vergoeding voor.

De overheid vond dat uiteindelijk een oneerlijke gang van zaken, uitgaande van het idee dat schrijvers een billijke vergoeding zouden moeten krijgen voor het werk dat ze verrichten. Daarom werd de leenvergoeding ingevoerd. Bibliotheken kregen daarmee het recht om boeken uit te lenen, mits de makers van dat boek (uitgever en auteur) daarvoor een kleine vergoeding kregen.

De laatste jaren hebben schrijvers gemerkt dat hun leenvergoeding met sprongen daalde. De belangrijkste reden daarvoor was en is dat mensen steeds minder lezen. En dus ook minder boeken lenen.
Een andere reden is dat er bezuinigd moest worden. Bibliotheken konden hun geld maar één keer uitgeven en kochten liever meerdere exemplaren van één goedlopende titel, dan één exemplaar van minder populaire boeken. – Het resultaat mag duidelijk zijn: die ene schrijver kreeg méér leenvergoeding en verwierf zo een riant inkomen, en al die andere auteurs kregen minder of misschien wel géén leenvergoeding meer, want wat niet in de bieb is, kan ook niet uitgeleend worden.

Er volgden nóg meer opgelegde bezuinigingen. Bibliotheken begonnen, vaak uit nobele motieven, boeken van hun eigen bieb door te schuiven naar schoolbibliotheken. Dat heeft namelijk een geweldig voordeel. Omdat de overheid lezen zo belangrijk zegt te vinden, hoeven schoolbibliotheken geen leenvergoeding af te dragen. Bibliotheken houden zo geld over om overeind te kunnen blijven.

Het is in zekere zin een ideale situatie, want we willen allemáál dat het lezen voor kinderen zo makkelijk mogelijk wordt gemaakt en wat is nou makkelijker dan gratis?

Waar de overheid feitelijk voor gezorgd heeft, is dat het lezen van boeken voor kinderen niks meer hoeft te kosten, en dat de kosten daarvoor worden opgebracht door de auteurs van die boeken, want die worden niet meer voor hun werk betaald.

Vinden wij dat onredelijk? Ja, als je het zó stelt vinden we dat onredelijk, maar in de praktijk vinden we het helemaal niet onredelijk. Er zijn tegenwoordig tal van mooie, goedbedoelde, toe te juichen en zinnige initiatieven die inspringen op de bestaande situatie: schoolbibliotheken worden opengesteld voor de hele buurt, er zijn bibliotheken-aan-huis, in buurten waar slecht gelezen wordt zijn privé-uitleningen van start gegaan, er zijn ruilboeken, enzovoort enzovoort. Allemaal bedacht door geweldige vrijwilligers en allemaal bedoeld om kinderen aan het lezen te krijgen. Het gevolg is dat auteurs geen vergoeding meer ontvangen voor hun boeken. Het juiste antwoord is dus: c.

Written by Ted

12 september 2016 bij 07:18

Geplaatst in Diversen

5 Reacties

Subscribe to comments with RSS.

  1. 🙂

    beatrijs

    12 september 2016 at 07:28

  2. Hoi Ted,

    je stelt dat je voor een uitlening bij de bibliotheek 2 eurocent krijgt, maar dat is wel erg weinig. De uitkering per uitlening was ongeveer 10 eurocent, waarbij die tien cent gekoppeld was aan de prijs van je boek in de boekwinkel. Die werd met de gemiddelde boekenprijs vergeleken en als je boek ongeveer 13 euro kostte kreeg je tien eurocent. Een aantal jaar geleden heeft LIRA die gemiddelde boekenprijs opeens verhoogd, naar 16,50 euro. Voor de meeste jeugdboekenschrijvers nadelig, want voor een boek dat 13 euro kost krijg je sindsdien nog maar 8 cent. Waarvan dan ook nog 10% administratiekosten worden ingehouden (was altijd 5%) plus 15% socugelden, waarmee sociale en culturele doelen worden gesubsidieerd. Van het eurodubbeltje uit 2001 is zodoende nu nog 6 cent overgebleven. Maar nog altijd ruimschoots meer dan de 2 cent waar jij het over hebt! Overigens wordt momenteel gepraat over een aanvullende vergoeding om auteurs te compenseren voor het overhevelen van kinderboeken uit bibliotheken naar basisscholen. Zaak is uiteraard wel dat deze vergoeding bij de jeugdboekenauteurs terecht komt. Wie de samenstelling van het LIRA-bestuur bekijkt ziet dat daar geen enkele jeugdboekenschrijver in zit. Dit ondanks het feit dat de helft van alle uitleningen bestaat uit jeugdboeken! Gevreesd mag worden dat een eventueel toegekende vergoeding uiteindelijk niet terecht gaat komen waar hij hoort. Maar goed: wie zijn wij om daar moeilijk over te gaan doen!

    Peter Smit

    12 september 2016 at 14:19

  3. I stand corrected! Dank voor de aanvullende informatie, Peter!
    Ik heb nooit gemerkt dat bestuursleden van Lira niet begaan zijn met het kinderboek en de belangen van de schrijvers en vertalers daarvan.

    Ted

    12 september 2016 at 14:57

    • Hoi Ted, ik heb dat laatste juist wel gemerkt. Toen ik eind jaren ’90 aantrad als Lira-bestuurder was er een serieus voorstel om jeugdboeken lager te honoreren dat boeken voor volwassen publiek. Dat heb ik weten te keren, overigens uit eigenbelang. Verder: het leenrecht is met name door de jeugdboekenauteurs zwaar bevochten. Annie Schmidt, Dolf Verroen en Paul Biegel zijn grote namen, maar ook auteurs als Annie Mattie en Wim Spekking hebben veel gedaan. Een verhoging van de gemiddelde boekenprijs van 13,00 euro naar 16,50 euro is voor de meeste jeugdboekenauteurs nadelig. Een jeugdboekenschrijver in het bestuur had er wat aan kunnen doen. Overigens: de gemiddelde boekenprijs in Nederland ligt volgend de Vereniging voor de Belangen des Boekhandels nog steeds rond de 13 euro. Die verhoging naar 16,50 euro slaat nergens op.

      Peter Smit

      12 september 2016 at 15:31

  4. Over het lot der bibliotheken moet ook nog vermeld dat een heel stel gedwongen werd te sluiten, dankzij die cultuurbevorderende bezuinigingen. 😦

    booxalivedotnl

    12 september 2016 at 16:59


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: