Belastingavond voor schrijvers en vertalers
Leden van de VSenV (Vereniging van Schrijvers en Vertalers) kunnen zich op donderdag 8 maart van 19.00 uur tot 21.00 uur in het Van Deysselhuis aan de De Lairessestraat 125 in Amsterdam laten informeren over belastingzaken.
Coby van den Berg van Spuistraat 10 Advocaten zal de VAR en ROW/WUO zaken toelichten.
Verder willen Ed Vogel en Dennis Ketelaars, van NAHV Belastingadviseurs, onder andere fiscale faciliteiten, bepaalde beroepskosten, werkbezoeken buitenland en veel voorkomende BTW problematiek zoals het onderscheid tussen werkzaamheden die vrijgesteld zijn van BTW en werkzaamheden die vallen onder het nultarief bespreken.
Wie bijzondere vragen heeft stuurt deze ten behoeve van een goede voorbereiding vóór 27 februari en liefst per mail naar bureau@vsenv.nl onder vermelding van ‘vraag 8 maart’.
Aanmelding uiterlijk op 27 februari bij voorkeur per e-mail: bureau@vsenv.nl
Er is plaats voor maximaal dertig personen. Plaatsing op volgorde van aanmelding. Je ontvangt alleen bericht als plaatsing niet mogelijk is.
Groningen (2)
Ik was niet de enige gast bij Zondagschrijvers in de Groningse openbare bibliotheek. Ook Lejo Siepe en Marcella Veldthuis (rechts op de foto) waren van de partij. De laatste is een getalenteerde jonge schrijfster van wie vorig jaar het boek Boven water bij De Arbeiderspers verscheen. Ze had een boeiend verhaal te vertellen over haar boek, dat de verdwijning van haar tante reconstrueert en vooral de onzekere periode na de verdwijning beschrijft. Pijnlijk duidelijk werd hoe gevoelig zo’n gebeurtenis wordt als de buitenwereld zich ermee bemoeit.
Marcella beklaagde zich erover dat er suggestief werd gedaan over de toestand waarin haar tante verkeerde toen ze verdween. Ze maakte duidelijk wat daarmee bedoeld werd: of tante al dan niet gedronken had. De familie beschouwde die vraag als een verholen verwijt: tante zou wel gedronken hebben en te water zijn geraakt. Alsof haar verdwijning haar eigen schuld was.
Ik begrijp heel goed dat de familie niet zit te wachten op geruchten en verdachtmakingen, maar voor het opsporen van iemand die vermist is, is het natuurlijk van wezenlijk belang om te weten in welke toestand iemand verkeerde. Het werd me uit wat Marcella vertelde niet duidelijk hoe de familie daar mee om is gegaan, maar een krantenbericht dat presentator Coen Peppelenbos (links op de foto) via de beamer liet zien blies de suggestie op tot grote proporties, juist door er vaag over te doen.
In het artikel stond te lezen dat tante Gretha op de dag van haar verdwijning naar een nieuwsjaarsborrel was geweest en daarna naar een café. Die informatie werd gevolgd door een ontzettend merkwaardige zin: niet bekend was of er sprake was geweest van drankgebruik.
Hoe kan dat nou? dacht ik. Als je naar een nieuwjaarsborrel en een café gaat, dan zal er wel een glaasje gedronken zijn, want een nieuwjaarsborrel heet niet voor niets zo. Hoe kan daar dan niets over bekend zijn? Op die borrel en in het café moeten tientallen mensen zijn geweest die uitsluitsel hadden kunnen geven of tante een glaasje had gedronken, en toch bleek die informatie niet beschikbaar. Dát is pas suggestief, omdat de indruk nu gewekt werd dat tante een glaasje te veel op had en dat men dat heeft trachten te verbergen. Waarom? Bekend is dat tante zich naar huis liet brengen met een taxi, dus ze is niet gaan rijden in een auto; er is helemaal niets verwijtbaars gebeurd. En toch. Ineens werd pijnlijk duidelijk hoe de wil om discreet te zijn het omgekeerde effect kan hebben.
Dat alles maakt razend benieuwd naar het boek van Marcella.
Babel op Radio Klara
Heeft Vlaanderen belangstelling voor Mijn meneer? Ja. Er stond al een interview in De Standaard met twee enormineuze foto’s en een dikke, vette recensie, Knack besteedt er aandacht aan, Dag Allemaal! eveneens, en in maart ga ik naar een boekenmanifestatie in Gent die Mind the Book heet. Morgen ben ik te beluisteren in een radioprogramma dat Babel heet op Radio Klara, vanaf omstreeks 18.30 uur. Ik hoef daarvoor niet helemaal naar België te reizen – wat wegens andere afspraken morgenmiddag ook niet zou kunnen – maar ik ga naar Studio Desmet hier in Amsterdam en daar legt men een verbinding met Annemie Tweepenninckx die in de studio in Brussel is. Ook vanuit Nederland is dat te beluisteren via deze internetlink.
Groningen (1)
Hoe lang kan/mag ik op dit weblog doorgaan met stukjes schrijven over Mijn meneer? Ik vroeg het gisteren aan iemand in de Groningse bibliotheek.
Een maand, zei hij.
Ja, maar dan toch wel met stukjes over andere onderwerpen ertussendoor, riep ik, want ik had gedacht dat hij zou zeggen: nog een keer of vier.
Hij zei: het nieuwe dat op je afkomt rondom Mijn meneer, daar moet je wel over mogen schrijven.
Ik werd in de bieb van Groningen ten overstaan van een voorbeeldig publiek ondervraagd over Mijn meneer door Coen Peppelenbos en die had zich, uiteraard, weer uitstekend voorbereid door zelfs allerlei ter zake doende en minder ter zake doende plaatjes te laten zien door middel van een beamer. Daaronder was ook de foto die ik een paar dagen geleden heb laten zien, waarop ik sta als jongetje van een jaar of vijf met mijn overbuurmeisje. Die foto staat hier.
Ik besluit nu toch maar die andere foto te laten zien die mijn vroegere overbuurjongen me onlangs stuurde van zijn zusje en mij. Deze foto doet mij meer dan die andere, omdat ik daar in het gras zit met walletjes onder de ogen en een pop in mijn knuisten. Toen ik de foto zag dacht ik eerst: ben ik dat? Zoals ik eerder al vertelde behoort deze foto niet tot het gekende familie-album waarin het visuele beeld van mijn jeugd opgeslagen ligt. Deze foto verandert het beeld niet dat ik van mijn jeugd heb, maar laat me wel weer zien dat wat ik me daarvan herinner een aaneenrijging is van fragmenten die min of meer toevallig zijn: deze foto zat niet in het album en behoort daardoor niet tot het verleden van mezelf waar ik besef van heb. Maar het is wel degelijk een deel van mij. Het lag alleen bewaard ergens buiten mijzelf.
We hadden het er in Groningen ook over dat ik nogal eens een foto van mezelf op het omslag van mijn boeken zet. Inderdaad. Dat is het nadeel van het vinden van deze foto: nu moet ik óók nog een boek bedenken waar deze foto op kan.
(Wordt vervolgd)
Vandaag naar Groningen
Vandaag ben ik in de Centrale Bibliotheek van Groningen in het kader van de “Zondagschrijvers“. Met Marcella Veldthuis, Lejo Siepe en Coen Peppelenbos. Aanvang 14.00 uur.
Voorlezen met achtergrondmuziek
Ik zit erover te denken om tijdens optredens waarbij ik gedichten voorlees (zelfgemaakte) muziek ten gehore te brengen, via een (Apple) laptop of via de iPad. Dan heb ik makkelijk te vervoeren (kleine) speakers nodig waarvan de geluidsoverdracht toch sterk en goed genoeg is voor een wat grotere ruimte. Wie heeft tips hoe ik dat het best kan aanpakken? Ik ben niet van plan om erbij te gaan zingen (de helft van de zaal rent dan gillend weg), maar het is misschien wel handig om er dan meteen mijn eigen geluidssysteem (microfoon, stemversterking) aan toe te voegen. Maar ik heb zoiets nog nooit gezien, een schrijver die zijn eigen geluidsapparatuur bij zich heeft… Misschien is het een raar idee van mij?
Tegengeluid waarvan je niet wist dat je het wilde horen
Er stond gisteren een mooie recensie van Thomas de Veen in NRC Next en NRC Handelsblad. ‘Dat is het cruciale punt, dat Mijn meneer zo intrigerend en onderhoudend maakt: een verhaal over manipulatie gaat langzaamaan over in een verhaal over een liefdesrelatie.’
‘Wie Mijn meneer leest, wordt ondanks zijn vooroordelen heen en weer geslingerd tussen boosheid op de meneer en begrip voor de relatie. Het dubbele gevoel blijft – de relatie eindigt en daarmee het verhaal, maar het dilemma wordt niet beslecht. In een maatschappelijke discussie die geen redelijkheid meer duldt, biedt Mijn meneer een voorzichtig tegengeluid, waarvan je niet wist dat je het wilde horen. De gezochte nuance heeft Van Lieshout gevonden, met een roman die er literair en maatschappelijk toe doet.’
Zo! Ik kan zo al uit deze zinnen alleen al drie quotes halen voor achter op (de volgende druk van?) het boek, maar misschien is een buikbandje beter, want dan kunnen ze er alledrie op!
Boze brief
Moet ik het nu wel laten zien, niet laten zien, wel laten zien? Ik heb gekozen voor een middenweg: ik laat het zien, maar niet alles (klik op het plaatje voor een vergroting). Gisteren kreeg ik een brief van iemand die wilde laten weten ontstemd te zijn na het zien van de documentaire die vorige week dinsdag en afgelopen zondag werd uitgezonden. De kritiek die in de brief verwoord was had ik, in het kader van de film, nog niet eerder gehoord. Ik schoot onmiddellijk in de lach, want als je de humor niet ziet in het fragment waar de briefschrijver over gevallen is, zal het eerder mijn hele aard, karakter en persoonlijkheid zijn waar je over struikelt dan iets anders. Het kan heel goed zijn dat de briefschrijver de mening vertegenwoordigt van veel meer mensen die zich bij het zien van de film wel aan mij hebben geërgerd, maar zich daarover niet – althans niet tegen mij – hebben uitgelaten. Tegelijkertijd doet het weer inzien dat we het heel normaal vinden dat als iemand iets aardigs over je wil zeggen, hij of zij dat vaak wel doet, en dat we het normaal vinden dat er gezwegen wordt als het om iets onaardigs gaat.
Twee miljoen bezuinigen
Het Fonds voor de Letteren moet twee miljoen bezuinigen en probeert daar oplossingen voor te vinden. Er zullen medewerkers afvloeien, hopelijk zoveel mogelijk via natuurlijk verloop, en er zal gekort worden op werkbeurzen. Voorts mag er van de overheid geen subsidie meer besteed worden aan literaire tijdschriften in printvorm. Wel mag de overgang naar een digitale vorm van deze uitgaven gefaciliteerd worden.
Dat doet mij de wenkbrauwen wel optrekken. De overheid wilde ook al, zonder de rechthebbenden erbij te betrekken, dat geld besteed zou worden aan de digitalisering van de bibliotheek. Opnieuw is opvallend dat bij de wens van de overheid naar digitalisering de positie van de auteur volledig over het hoofd wordt gezien. De wijze waarop de overheid hun belangen negeert suggereert dat de overheid schrijvers en vertalers en andere rechthebbenden wil dwingen om hun recht om zelf te besluiten wat er met hun werk moet, kan en mag gebeuren, op te geven. De vraag is: kun je auteurs inderdaad dwingen om mee te gaan met de digitalisering die de overheid wenst? Natuurlijk kun je, zoals nu lijkt te gebeuren, mogelijkheden die auteurs hebben om te publiceren wegsnijden, maar snoer je ze dan niet tegelijkertijd de mond?
Op 29 binnen in Top 60
Mijn meneer is binnengekomen op plaats 29 van de CPNB Top 60.
Op Literatuurlog filtert Coen Peppelenbos de buitenlandse en niet-literaire titels uit de top en dan sta ik ineens in de top 10!
Valentijn en zijn viool
Niet voor niks werd gisteren, op 14 februari, het eerste zelfgeschreven boek van Philip Hopman ten doop gehouden: het was Valentijnsdag. In aanwezigheid van de echte Valentijn presenteerde Philip in boekhandel Los te Bussum, compleet met een kinderorkest violisten, het prentenboek dat Lemniscaat heeft uitgegeven als eerste boek dat dus ook qua tekst door Philip zelf gemaakt is. Wij – Daan Remmerts de Vries, Hans en Monique Hagen en ik, waren achter in de zaak gaan zitten omdat we alle ruimte voorin aan kinderen gunden, maar we zaten onder de loeiende airconditioning en hoorden niets van wat achtereenvolgens uitgever Jean Christophe Boele van Hensbroek en Philip te vertellen hadden. We hoorden wel het vioolspel van de kinderen en dat was mooi.
Ik heb het boek nog niet gelezen maar weet wel dat het meteen ook in Amerika en Italië is uitgekomen.
Kinderboekenmarkt en Kinderboekenmuseum gaan eigen weg
Menigeen weet het nog: de jaarlijkse afsluiting van de Kinderboekenweek, de traditionele Kinderboekenmarkt in Den Haag, vond vorig jaar plaats in samenwerking met het Kinderboekenmuseum. Nou, dat blijkt eenmalig geweest te zijn. De Kinderboekenmarkt gaat terug naar het Atrium van het Stadhuis van Den Haag en het Kinderboekenmuseum komt, als ik het goed begrijp op dezelfde dag, zondag 14 oktober, met een Kinderboekenparade.
Hetty Looman van de Stichting Kinderboekenmarkt vond vorig jaar het aanbod van boeken te beperkt. Het Kinderboekenmuseum wil juist veel meer gaan inzetten op beleving. In een artikel voor Boekblad meldt Looman aan verslaggever Enno de Witt: ‘Als je gaat samenwerken weet je nooit hoe het gaat lopen. Het was vorig jaar een groot feest, maar niet wat ons voor ogen stond. Een Kinderboekenmarkt moet een diversiteit aan boeken bieden. Het gaat er wat ons betreft om dat je kunt zoeken en vinden, zowel fictie als non-fictie. Auteurs en illustratoren komen bij hun boeken vertellen, voorlezen en optreden. Bovendien nodigt het thema ‘Hallo Wereld’ uit meer te doen met tweetaligheid, het is een heel actueel thema.’ Voor Looman is de locatie, het Atrium in het Haagse stadhuis, hierbij ook belangrijk: ‘Dat is heel open en er is ruimte genoeg om de kinderliteratuur van een diversiteit aan culturen te presenteren. Het wordt heel feestelijk want de respons is erg goed.’
Volgens Enno de Witt wil het Kinderboekenmuseum er juist veel meer een evenement van maken, op de eigen locatie. Dit jaar sluit het museum de Kinderboekenweek daarom af met een Kinderboekenparade, wat het leukste kinderboekenfestival van Nederland moet worden. Mechteld van Dijk van het Kinderboekenmuseum spreekt van een ‘verschil van inzicht over de inhoud’ met de Stichting Kinderboekenmarkt: ‘Zij wilden een markt, ons gaat het om de beleving. Het is een ander uitgangspunt. We hebben nog wel gezocht naar een gezamenlijke invulling, maar onze visies lagen te ver uit elkaar.’
De KB gaat digitaal
De Koninklijke Bibliotheek bewaart van elk in Nederland verschenen boek een exemplaar. Uitgeverijen zijn verplicht om dat exemplaar toe te sturen; het is niet zo dat de KB in de winkel gaat shoppen. Deze boeken zijn bedoeld om onze cultuur in kaart te brengen en te bewaren; er moet ergens een plaats zijn waar je een boek in zou kunnen kijken als het nergens meer te vinden is.
Directeur Bas Savenije heeft nu gesteld dat hij die boeken het liefst alleen in digitale vorm bewaart. Savenije: ‘Nu is het nog zo dat het papieren boek het primaat heeft in de hoofden van de mensen en dat de digitale versie daarvan een afgeleide is. Maar als je een e-book bekijkt, moet je vaststellen dat het al een equivalent is. Als die e-books gaan aanslaan, zul je nog wel gedrukte boeken houden, maar dat zal geleidelijk een vorm van printing on demand (pod) worden.’
Daar valt wel iets voor te zeggen, want wat moet je straks bewaren als digitaal de norm wordt? Een pod-boek?
Savenije concludeert zelfs: ‘De tendens is: alles wat niet digitaal is, bestaat niet.’
Daar lééft de KB ook naar, want van elk boek dat ze nu krijgen maken ze zelf een digitale versie voor het archief.
Maar dat treft me tegelijkertijd ook wel als verontrustend. Van Mijn meneer, om een voorbeeld te noemen, bestaat geen digitale versie, dus áls er een digitale versie opduikt is het zeker dat het een illegale versie is. Maar wat nou als de bron daarvan het exemplaar is dat de KB voor eigen gebruik heeft gemaakt? – En dan zijn we weer terug bij de kwestie van de digitale bibliotheek. Maar daar heb ik het eerder al een keer over gehad en daar begin ik nu niet opnieuw over.
Radiofragment “Tijd voor twee” over Mijn Meneer
Afgelopen donderdag zat ik bij Frits Spits in Tijd voor Twee op Radio 2. Hier is het fragment.
